Interview Jan van Dijk, Directeur ICT CJIB

De systemen van het CJIB waren aan vernieuwing toe. Er was behoefte aan een dynamischer ontwikkeling omgeving. De inzet van Quintor bleek van onschatbare waarde. ‘Alles kwam op een gegeven moment bij elkaar.’

Het kantoor van het CJIB, in de Marnix State in Leeuwarden, oogt aan de buitenkant enigszins sober en functioneel.Dat is binnen wel anders. Vooral de tuin en de serre springen direct in het oog. Ze weerspiegelen de open en flexibele bedrijfsidentiteit van de organisatie. Ruim 12 miljoen zaken worden er op jaarbasis door het CJIB geïnd. Verkeersboetes, geldboetes, schadevergoedingen, noem maar op. Het laat zien hoe cruciaal de rol van ICT in onze organisatie is, zegt Jan van Dijk, directeur met onder meer ICT in portefeuille. ’Ons productenportfolio blijft groeien. De oude systemen bieden echter onvoldoende mogelijkheden om wijzigingen en vernieuwing snel door te voeren. Vanuit de historie wordt voor vrijwel iedere nieuwe taak een nieuw systeem gebouwd, ook al betreft het wederom inning. Parallelle systemen dus, die min of meer hetzelfde doen.’ Dat moest anders, vond men bij het CJIB. Om die reden werd in 2005 het programma NoorderWint gestart, een combinatie van systeemvernieuwing en procesvernieuwing. Het uitgangspunt: Service Oriented Enterprise / Architecture (SOE / SOA).

Drie doelstellingen
‘We hebben voor het programma drie doelstellingen geformuleerd’, legt Jan uit. ‘De borging van continuïteit, door oude systemen te vervangen door nieuwe technologie. Het vergroten van flexibiliteit, dus het ontwikkelen van generieke businessservices die ook bruikbaar zijn voor nieuwe producten. En als derde; het maken van een efficiencyslag.’ Voor de systeemvernieuwing werd in de eerste jaren gebruikgemaakt van het standaardpakket Oracle e-Business Suite (eBS), zowel financiële als niet-financiële modules, en Oracle middleware-producten zoals BPEL PM. Vlekkeloos verliep het proces niet, integendeel. Grootste bottleneck was de complexiteit, waardoor van flexibiliteit bepaald geen sprake was. ‘In augustus 2009 hebben we het roer volledig omgegooid’, vervolgt Jan. ‘Kort daarvoor hadden we samen met Quintor met succes een POC uitgevoerd, gebruikmakend van de ervaring van Quintor met Java, Agile/Scrum en een bijbehorende verzameling van ondersteunende tools, veelal open source. Het bedrijf had al eerder wat kleinere opdrachten voor ons gedaan. Dat wekte vertrouwen. Vooral de Agile/Scrum methodiek sprak aan. Stap voor stap werkende software opleveren, in kleine multidisciplinaire teams. Samen met Quintor hebben we het project vervolgens voortgezet.’

Megasucces
De tijdsdruk was enorm. Zo moest er tussen augustus 2009 en april 2010 een werkend systeem worden opgeleverd, ter ondersteuning van de wet OM-afdoening. Het systeem werd tijdig en binnen het budget gerealiseerd. Een megasucces, zoals Jan het omschrijft. ‘De combinatie van architectuur, de ondersteunende techniek en de methodiek, het hele plaatje klopte gewoon. Tegelijkertijd speelde bij het CJIB onder meer het traject mensenwerk (Covey), waarin de nadruk wordt gelegd op het eigen initiatief en de eigen verantwoordelijkheid van medewerkers. Alles kwam op een gegeven moment bij elkaar. Quintor heeft een aantal stevige mensen op het project gezet, zowel qua inhoud als qua attitude. Daadkrachtige professionals met goede ideeën en een brede kennis van zaken. Bij Agile/Scrum deel je het proces op in kleine brokken. Dan heb je tools nodig om al die afzonderlijke componenten te registreren, om zo de voortgang te bewaken. Die tooling had Quintor al klaarstaan. Hetzelfde geldt voor de onderliggende hulpmiddelen. We konden alles, dus ook de hele ontwikkelstraat, vrij gemakkelijk neerzetten. Weliswaar aangepast aan de grootte van het project, maar de basisprincipes waren vooraf al uitgedacht.’

Moeilijke dingen eerst
De slag die sinds augustus 2009 is gemaakt, bleek voor het CJIB van onschatbare waarde. Het geloof in het programma NoorderWint kwam in rap tempo terug. Scepsis maakte plaats voor enthousiasme. Jan: ‘Het ging echt sprankelen in de verschillende teams. In korte tijd zagen medewerkers het systeem groeien. Door stap voor stap te werken, zie je voortdurend tastbaar resultaat. Dan begint een project echt te leven. Moeilijke dingen eerst, ook daarin ligt de kracht van Agile/Scrum. Vaak worden complexe zaken vooruit geschoven. Die worden dan vlak voor de oplevering uitgevoerd. En dat valt nogal eens tegen. Met uitstel als gevolg. Overigens hebben ook wij ons hier niet altijd consequent aan gehouden. Niet voor niets zie je in de markt steeds meer partijen overgaan op Agile/Scrum, van waterval naar iteratief. Naar mijn idee een logische ontwikkeling. Er zijn te veel grote IT-projecten die stranden in schoonheid, met hele excessieve overschrijdingen in kosten.’